Heupdysplasie is een van de bekendste erfelijke gewrichtsproblemen bij honden, vooral bij middelgrote en grote rassen. Je kunt het risico niet uitsluiten, maar wel verkleinen door een pup te kiezen van ouders met een goede HD-uitslag.
Wat is het?
Het heupgewricht is een kogelgewricht: de kop van het dijbeen draait in een kom van het bekken. Bij heupdysplasie past die kogel niet goed in de kom. Het gewricht zit te los (laxiteit), waardoor de kop te veel beweegt, het kraakbeen slijt en er ontsteking ontstaat. Op termijn leidt dat tot gewrichtsslijtage (artrose) (UFAW).
Hoe vaak het voorkomt, hangt sterk af van het ras. De beste cijfers komen uit Zweden, waar alle heupfoto’s centraal beoordeeld worden. Van 114.568 jonge honden uit 72 rassen, onderzocht tussen 2007 en 2016, had 19,8% graad C of slechter (Engdahl e.a. 2026). De verschillen tussen rassen waren groot: van 75% bij de Bordeauxdog en 64% bij de American Staffordshire Terrier tot 2% bij de korthaarcollie. Een paar rassen op deze site: Lagotto Romagnolo 30%, Duitse Herder 26%, Golden Retriever 25%, Berner Sennenhond 20% en Labrador Retriever 16%. Kleine rassen worden zelden onderzocht en ontbreken dus in die cijfers.
Waaraan herken je het?
Sommige honden hebben al klachten voor hun eerste verjaardag, andere pas op oudere leeftijd, als de artrose doorzet (UFAW). Let op:
- stijf zijn na het rusten en moeilijk opstaan;
- niet graag springen, traplopen of in de auto stappen;
- kreupel lopen of pijn na inspanning;
- “konijnenhuppelen”: beide achterpoten tegelijk bewegen bij het lopen of rennen;
- minder spieren op de achterhand;
- nagels die over de grond schuren, omdat de hond zijn poten niet goed optilt.
Hoeveel pijn een hond toont, zegt weinig over hoe slecht de heupen op de foto zijn (UFAW). Twijfel je, laat je hond dan onderzoeken door de dierenarts.
Hoe ontstaat het?
Heupdysplasie is polygeen: veel genen spelen elk een kleine rol, en er bestaat geen DNA-test. De erfelijkheidsgraad ligt meestal tussen 0,1 en 0,6, afhankelijk van ras en meetmethode (Engdahl e.a. 2026). Erfelijkheid bepaalt dus maar een deel van het risico. Groeisnelheid, lichaamsgewicht, voeding en de soort beweging tijdens de groei tellen ook mee (Engdahl e.a. 2026; UFAW).
Ook de bouw speelt mee. In het Zweedse onderzoek scoorden vooral zware, gedrongen rassen van het molossertype slecht, zoals de Bordeauxdog en de Bullmastiff. Slankere grote rassen zoals de Boxer en de Hovawart deden het veel beter (Engdahl e.a. 2026). Wordt één reu met zwakke heupen veel ingezet, dan verspreidt de aanleg zich bovendien snel in het ras.
Welk onderzoek vraag je bij de ouders?
Het onderzoek. De dierenarts maakt onder verdoving een röntgenfoto van het bekken, met gestrekte achterpoten. Volgens de FCI moet de hond minstens 1 jaar oud zijn, en 18 maanden bij grote en reuzenrassen. Een erkende specialist beoordeelt de foto, en de eigenaar kan in beroep gaan (FCI).
De uitslag lezen. De FCI-schaal gaat van A tot E, en de slechtste heup bepaalt de uitslag:
- A geen tekenen van dysplasie en B bijna normaal: allebei “vrij”;
- C lichte dysplasie;
- D matige dysplasie;
- E ernstige dysplasie.
Vraag de uitslag van beide ouders, liefst op papier of in de database van de kennelclub. Een buitenlandse reu heeft soms een uitslag volgens een ander systeem, zoals PennHIP. Daar geldt een score van 0,55 of meer als matige dysplasie. Een hond met HD A of B kan dus toch een hogere PennHIP-waarde hebben (Raad van Beheer, foknormen).
Nederland. De minimumleeftijd is 12 maanden, en 18 maanden voor een reeks reuzenrassen. Voor de Berner Sennenhond en de andere sennenhonden wordt 18 maanden aangeraden (Raad van Beheer, HD-addendum). Sinds 1 januari 2026 geeft de Raad van Beheer geen stambomen meer voor een nest als een van de ouders HD D of E heeft. Sinds 1 juni 2026 is de datum van de dekking het controlemoment, en sinds 1 oktober 2026 controleert de Raad per ras ook of de verplichte onderzoeken gedaan zijn (Raad van Beheer, foknormen).
Vlaanderen. De dierenarts stuurt de digitale foto naar de KMSH. Een beoordelingscommissie volgens de FCI-regels geeft de uitslag, en een beroep loopt via de Universiteit Gent. De minimumleeftijd is 12 maanden, en voor een aantal grote rassen 18 maanden. De KMSH beveelt het onderzoek aan voor een lijst van rassen, waaronder de Labrador, de Golden Retriever, de Duitse Herder en de Border Collie (KMSH). Welke uitslag een fokdier minstens moet hebben, staat in het fokreglement van de rasvereniging. Vraag ernaar.
Wat een goede uitslag niet garandeert. Ook twee ouders met HD A kunnen een pup met heupdysplasie krijgen (UFAW). Fokken op de foto van één hond werkt maar beperkt. Een fokwaarde, die ook de uitslagen van ouders, broers, zussen en nakomelingen meeweegt, voorspelt beter (Ginja e.a. 2010). De Zweedse kennelclub publiceert zulke fokwaarden voor 44 rassen (Engdahl e.a. 2026). Vraag dus ook naar de uitslagen van de grootouders en eerdere nesten, en of de rasvereniging fokwaarden gebruikt.
Behandeling en kosten
Bij lichte klachten kiest de dierenarts meestal voor een conservatieve aanpak: afvallen, aangepaste beweging, fysiotherapie en pijnstillers. Dat remt de artrose af, maar geneest het niet. Bij een jonge hond met losse heupen kan een bekkenoperatie (dubbele of drievoudige bekkenosteotomie) de kom beter over de kop kantelen. Bij ernstige artrose zijn er twee opties: de kop van het dijbeen wegnemen (heupkopresectie) of het hele gewricht vervangen door een kunstheup (UFAW; Ginja e.a. 2010). Zo’n operatie is duur en neemt de klachten niet altijd helemaal weg (Ginja e.a. 2010). Als de pijn niet onder controle te krijgen is, eindigt het vaak met euthanasie (UFAW). Honden met ernstige heupdysplasie leven gemiddeld korter (Krontveit e.a. 2012b).
In een Nederlandse prijspeiling bij 24 dierenartsklinieken (mei 2026) kostte een kunstheup € 3.500 tot € 7.000 per heup (Keuze.nl). In de Britse doorverwijskliniek Langford Vets kost een bekkenosteotomie £ 6.090 tot £ 6.825 (mei 2026).
Lees de voorwaarden van een verzekering goed. Sommige verzekeraars sluiten erfelijke aandoeningen volledig uit, andere vergoeden heup- en elleboogproblemen maar voor de helft of alleen in een duurder pakket (Keuze.nl). Klachten die al bekend waren voor je de verzekering afsloot, worden doorgaans niet vergoed.
Wat kun je zelf doen?
- Kies een pup van onderzochte ouders, allebei HD A of B, en vraag ook naar de familie.
- Hou je pup slank. Labradors die levenslang 25% minder voer kregen dan hun nestgenoten, kregen veel later artrose in de heupen: mediaan op 12 jaar in plaats van 6 jaar (Smith e.a. 2006). Overgewicht belast de gewrichten bij elke hond.
- Let op de groei. Te veel voer of extra calcium bij een snelgroeiende pup verhoogt het risico (UFAW). Geef een volwaardig puppyvoer voor grote rassen, zonder supplementen.
- Beweging in de eerste maanden. In een Noors onderzoek bij vier grote rassen hadden pups die voor de leeftijd van 3 maanden trappen liepen, vaker heupdysplasie. Pups die in die periode los mochten lopen op zachte, licht oneffen grond, hadden juist minder kans (Krontveit e.a. 2012a).
Lees ook over elleboogdysplasie: die komt vaak voor bij dezelfde rassen, en in het Zweedse onderzoek hadden honden met slechte heupen ook vaker slechte ellebogen.
Bronnen
Wetenschappelijk onderzoek
- Engdahl K., Malm Persson S., Andersson L., Ringmark S., Bjørnvad C.R., Hedhammar Å., Höglund K. (2026). Prevalence of hip and elbow dysplasia in young adult dogs in Sweden. Veterinary Record 198 – doi.org
- UFAW / Science for Animal Welfare, Golden Retriever: hip dysplasia (HD) – scienceforanimalwelfare.org
- Ginja M.M., Silvestre A.M., Gonzalo-Orden J.M., Ferreira A.J. (2010). Diagnosis, genetic control and preventive management of canine hip dysplasia: a review. The Veterinary Journal 184:269–276 – doi.org
- Krontveit R.I., Nødtvedt A., Sævik B.K., Ropstad E., Trangerud C. (2012). Housing- and exercise-related risk factors associated with the development of hip dysplasia as determined by radiographic evaluation in a prospective cohort of Newfoundlands, Labrador Retrievers, Leonbergers, and Irish Wolfhounds in Norway. American Journal of Veterinary Research 73:838–846 – doi.org
- Krontveit R.I., Trangerud C., Nødtvedt A., Dohoo I., Moe L., Sævik B.K. (2012). The effect of radiological hip dysplasia and breed on survival in a prospective cohort study of four large dog breeds followed over a 10 year period. The Veterinary Journal 193:206–211 – doi.org
- Smith G.K., Paster E.R., Powers M.Y., Lawler D.F., Biery D.N., Shofer F.S., McKelvie P.J., Kealy R.D. (2006). Lifelong diet restriction and radiographic evidence of osteoarthritis of the hip joint in dogs. Journal of the American Veterinary Medical Association 229:690–693 – doi.org
Kennelclubs, rasverenigingen en overheid
- FCI, Requirements for Official Hip Dysplasia Screening (aangepast november 2022) – fci.be
- Raad van Beheer, Addendum heupdysplasie-onderzoeksprotocol (minimumleeftijden per ras) – houdenvanhonden.nl
- Raad van Beheer, Uitvoeringsregels foknormen (21 augustus 2026) – houdenvanhonden.nl
- Koninklijke Maatschappij Sint-Hubertus (KMSH), Procedure en aanvraagformulier dysplasie (HD, ED, SD), met de lijst van rassen waarvoor HD-onderzoek aanbevolen is – srsh.be
- Keuze.nl, Kosten hondenverzekering (prijspeiling bij 24 dierenartsklinieken, mei 2026; uitsluitingen per verzekeraar) – keuze.nl
- Langford Vets (Small Animal Referral Hospital), Price guide orthopaedics (prijzen per 1 mei 2026) – langfordvets.co.uk
Deze pagina helpt je een hond te kiezen en vervangt geen dierenarts. Merk je klachten bij je hond, ga dan naar je dierenarts. Laatst inhoudelijk bijgewerkt op 7 oktober 2026.