Gebitsproblemen zijn de meest voorkomende aandoening bij honden, en ze worden het vaakst over het hoofd gezien. Een hond met pijn in zijn mond eet vaak gewoon verder. Bij kleine rassen begint het vroeger en gaat het sneller. Wie zo’n ras kiest, kiest dus ook voor dagelijkse tandzorg.
Wat is het?
Onder gebitsproblemen vallen vooral twee stadia van dezelfde ziekte. Bij tandvleesontsteking (gingivitis) is het tandvlees rood en gezwollen door tandplak, een laagje bacteriën op de tanden. Dat is nog omkeerbaar. Bij parodontitis gaat de ontsteking dieper: de vezels, het tandcement en het kaakbot rond de tand worden afgebroken. Dat is niet meer te herstellen en leidt vaak tot tandverlies (O’Neill e.a. 2021). Een ontstoken gebit kan ook samengaan met problemen in andere organen, zoals de nieren, het hart en de lever.
Daarnaast zie je bij kleine rassen vaak blijvende melktanden: de melktand valt niet uit als de blijvende tand doorkomt. Zo staan twee tanden op een te kleine plaats, wat plak en scheefstand in de hand werkt. Bij Britse Chihuahua’s had 5,7 % die diagnose in één jaar (O’Neill e.a. 2020).
In een Britse studie van 22.333 honden bij de eerstelijnsdierenarts (VetCompass, 2016) had 12,5 % in één jaar een parodontale aandoening. Dat was de vaakst gestelde diagnose. Studies waarin het gebit onder verdoving grondig werd onderzocht, vonden tot 44 à 64 %. Veel gevallen worden dus niet opgemerkt (O’Neill e.a. 2021). Volgens een Britse welzijnsstudie, die de onderzoekers aanhalen, heeft gebitsziekte zelfs de grootste totale impact van alle veelvoorkomende aandoeningen, omdat ze zo vaak voorkomt en zo lang duurt.
Waaraan herken je het?
- een vieze adem;
- geel of bruin tandsteen, vooral op de hoektanden en kiezen bovenaan;
- rood tandvlees dat bloedt bij het poetsen of kauwen;
- kauwen aan één kant, eten laten vallen, niet meer op speelgoed willen bijten;
- loszittende of ontbrekende tanden, kwijlen, wrijven met de poot over de snuit.
Het risico neemt sterk toe met de leeftijd. Honden met een parodontale aandoening waren mediaan 7,5 jaar, tegenover 3,9 jaar bij honden zonder (O’Neill e.a. 2021). Bij kleine rassen kun je al op jonge leeftijd tandsteen zien. Vraag de dierenarts bij elke jaarlijkse controle om ook het gebit te bekijken, en ga sneller langs bij een van de signalen hierboven.
Hoe ontstaat het?
De directe oorzaak is tandplak die niet wordt weggepoetst. Waarom de ene hond er veel meer last van heeft dan de andere, hangt af van grootte, ras, leeftijd en verzorging.
Grootte. Honden onder 10 kilo hadden meer dan drie keer zoveel kans als honden van 30 tot 40 kilo (O’Neill e.a. 2021). In Amerikaanse dossiers van ruim drie miljoen honden kregen de allerkleinste rassen (onder 6,5 kilo) tot vijf keer vaker de diagnose dan reuzenrassen (Wallis e.a. 2021). In een kleine kaak staan de tanden dicht op elkaar, en kleine honden laten zich vaak moeilijker poetsen.
Ras. In de VetCompass-studie hadden onder meer de toypoedel (bijna 4 keer zoveel kans als kruisingen), de Cavalier King Charles Spaniel (2,4), de Yorkshire Terrier (2,2), de Cockapoo (2,1), de Chihuahua (2,1), de dwergteckel (1,8), de Cocker Spaniel (1,7) en de Jack Russell (1,4) een verhoogd risico. Bij de Cavalier had een kwart (25 %) van de honden in één jaar de diagnose, bij de Yorkshire Terrier 22 % (O’Neill e.a. 2021). Bij de Engelse Cocker Spaniel was het de meest gestelde diagnose, bij 21 % (Engdahl e.a. 2023), net als bij de Chihuahua met 13,5 % (O’Neill e.a. 2020). Grotere rassen zoals de Duitse Herder en de Labrador hadden juist minder kans.
Kortsnuiten. Bij kortsnuitige rassen staan de tanden vaak op elkaar gedrongen. Gemiddeld hadden ze in de Britse studie iets meer kans, maar niet allemaal: de Franse Bulldog had zelfs minder vaak de diagnose, mogelijk ook omdat dierenartsen bij dat ras minder op het gebit letten (O’Neill e.a. 2021).
Een deel van het risico is dus erfelijk via de bouw (kaakgrootte, stand van de tanden, blijvende melktanden), maar het gaat om veel genen samen en de verzorging weegt zwaar door.
Welk onderzoek vraag je bij de ouders?
Er bestaat geen gezondheidstest voor gebitsproblemen, en geen screeningsprogramma zoals voor heupen of ogen. De rasstandaard schrijft wel voor hoe een gebit eruit moet zien. Voor de Chihuahua vraagt de FCI een schaar- of tanggebit. Ontbrekende tanden en “dubbele tanden” (blijvende melktanden) zijn fouten, een onder- of overbeet is een ernstige fout en een misvormde kaak sluit een hond uit (FCI-standaard nr. 218). Op een tentoonstelling of keuring wordt het gebit dus bekeken. Wat je zelf kunt doen:
- Kijk in de mond van de ouders. Sluiten de tanden goed op elkaar? Zijn er tanden die ontbreken of scheef staan? Is het tandvlees roze, zonder dikke laag tandsteen?
- Vraag naar de gebitsgeschiedenis. Hoe vaak zijn de ouders, en liefst oudere familieleden, onder verdoving behandeld voor hun gebit? Hoeveel tanden zijn al getrokken, en op welke leeftijd?
- Vraag naar blijvende melktanden bij de ouders en in eerdere nesten.
- Laat de beet van je pup controleren bij het eerste dierenartsbezoek, en opnieuw tijdens de tandwissel. Een blijvende melktand laat je best tijdig trekken.
- Vermijd “teacup” of “mini”. Hoe kleiner de hond, hoe krapper de kaak.
Een goede gebitsuitslag bij de ouders garandeert niets: ook een hond met een perfecte beet krijgt parodontitis zonder verzorging. Bij toyrassen ligt het grootste deel van de preventie dus bij jou.
Behandeling en kosten
Een gebitsbehandeling gebeurt onder volledige verdoving: de dierenarts verwijdert tandplak en tandsteen ook onder het tandvlees, onderzoekt elke tand, maakt liefst röntgenfoto’s en trekt tanden die niet te redden zijn. Tandsteen wegkrabben bij een wakkere hond raadt de WSAVA af: dat is “in het beste geval nutteloos en in het slechtste geval schadelijk” (Niemiec e.a. 2026).
Volgens verzekeraar Univé kost tandsteen verwijderen onder verdoving in Nederland gemiddeld € 150 tot € 400. Een getrokken tand kost € 50 tot € 150 extra en röntgenfoto’s € 50 tot € 100. Overstappen.nl rekent op ongeveer € 350 voor een reiniging onder verdoving en € 600 voor een volledige gebitsbehandeling (2026). Test-Aankoop rekende in België op ongeveer € 100 om tandsteen te verwijderen zonder tanden te trekken (2021). Bij kleine rassen komt zo’n behandeling vaak meerdere keren in een hondenleven terug.
Tandzorg valt bij de meeste huisdierverzekeringen buiten de basisdekking, behalve soms na een ongeval. Sommige verzekeraars bieden een aanvullende tandmodule (Test-Aankoop 2025; Overstappen.nl 2026). Lees de voorwaarden goed, ook over erfelijke en al bestaande aandoeningen.
Wat kun je zelf doen?
- Poets de tanden, liefst dagelijks, met een tandenborstel en tandpasta voor honden. Begin al bij de pup, zodat hij eraan went. De Britse onderzoekers noemen poetsen als doeltreffende preventie, zeker bij kleine rassen.
- Kauwsnacks en speciale voeding kunnen helpen, maar vervangen poetsen niet.
- Laat het gebit jaarlijks nakijken, bij kleine rassen en oudere honden vaker.
- Controleer de melktanden van je pup tijdens de tandwissel.
- Plan een behandeling onder verdoving wanneer de dierenarts dat aanraadt. Wachten maakt de schade groter en de rekening hoger.
Bronnen
Wetenschappelijk onderzoek
- O’Neill D.G., Mitchell C.E., Humphrey J., Church D.B., Brodbelt D.C., Pegram C. (2021). Epidemiology of periodontal disease in dogs in the UK primary-care veterinary setting. Journal of Small Animal Practice 62(12):1051–1061 – doi.org
- Wallis C., Saito E.K., Salt C., Holcombe L.J., Desforges N.G. (2021). Association of periodontal disease with breed size, breed, weight, and age in pure-bred client-owned dogs in the United States. The Veterinary Journal 275:105717 – doi.org
- O’Neill D.G., Packer R.M.A., Lobb M., Church D.B., Brodbelt D.C., Pegram C. (2020). Demography and commonly recorded clinical conditions of Chihuahuas under primary veterinary care in the UK in 2016. BMC Veterinary Research 16:42 – doi.org
- Engdahl K.S., Brodbelt D.C., Cameron C., Church D.B., Hedhammar Å., O’Neill D.G. (2023). Demography and disorders of English Cocker Spaniels under primary veterinary care in the UK. Canine Medicine and Genetics – doi.org
- Niemiec B., Gawor J., Nemec A. e.a. (2026). World Small Animal Veterinary Association global dental guidelines. Journal of Small Animal Practice – doi.org
Kennelclubs, rasverenigingen en overheid
- FCI-standaard nr. 218, Chihuahueño (2019) – fci.be
- Univé, Tandsteen verwijderen bij je hond: kosten en vergoeding – unive.nl
- Overstappen.nl, Gebitsreiniging bij een hond: wat kost het? (20/01/2026) – overstappen.nl
Andere bronnen
- Test-Aankoop, Wat kost een huisdier? (02/10/2021) – test-aankoop.be
- Test-Aankoop, Verzekering voor je hond: goed idee of weggegooid geld? (18/03/2025) – test-aankoop.be
Deze pagina helpt je een hond te kiezen en vervangt geen dierenarts. Merk je klachten bij je hond, ga dan naar je dierenarts. Laatst inhoudelijk bijgewerkt op 7 oktober 2026.